Vroege historie

Standerdmolen De Zeldenrust heeft een bewogen geschiedenis. De naam Zeldenrust doet onze molen eer aan want hij moest verscheidene malen opnieuw worden opgebouwd.

We denken dat de molen bijna 400 jaar oud moet zijn, omdat in de oude steenbalk inscripties staan met onder andere het jaartal 1621, het oudste jaartal dat we met betrekking tot de molen konden vinden. Een stuk van de oude steenbalk, met daarin de inscripties, is bij de laatste restauratie (2008) door de molenbouwer aangebracht in de nieuwe steenbalk.
D MVLDER SAL IN DEES TEKEN  BEGYNNE WIL HY GODT WINNEN
(Achter het woord TEKEN staat een hart met daarin de letters INRI en een kruis).




Waar de molen vandaan komt is ons niet bekend, maar vanuit andere inscripties in de molen waarbij o.a. de H. Maria Magdalenakerk, de kerk van Geffen, te zien is, vermoeden we dat de molen rond 1748 naar Geffen is gekomen. Hij kwam terecht aan de zuidkant van Geffen, ongeveer waar nu het begin van de Koksteeg is. De verbetering van de Rijksweg maakte het noodzakelijk dat de molen daar verdween en hij werd weer op gebouwd aan de Molenstraat, in het noordwesten van Geffen, de straat die nu Den Ham heet. De plek waar jarenlang kluizenaar Jas van Schaijik woonde.
Jas van Schaijik


Francis van Bussel, geboren in Geldrop in 1868 was graanmolenaar in Geffen van 1901 tot 1904. Hij vertrok daarna met zijn gezin naar Oss.
Martinus van Bussel, geboren in Geldrop in 1886 woonde in Geffen van 1901 tot 1904 en vertrok toen naar Schaijk.
Petrus van Sambeek, geboren in St. Anthonis in 1869, woonde van 1899 tot 1904 in Geffen .
Sjef Kivits, geboren in Maastricht in 1837, komt vanuit Druten in 1872 in Geffen wonen.
Sjef Kivits, Petrus van Sambeek en Martinus en Francis van Bussel staan in het bevolkingsregister van Geffen genoteerd met als beroep molenaar.
Driek van Nuland, molenaar van 1904 tot 1914.
Beter bekend als Driek de Mulder. Eerst was hij mulder in Heesch, Heeft ook nog op de Geffens Vlijt gedraaid en toen hij in Geffen kwam wonen bemaalde hij de Zeldenrust en was tevens herbergier van het Café aan de Dorpsstraat.

Nadat de spoorlijn Den Bosch - Nijmegen aangelegd was, raakte de molen geïsoleerd van het grootste deel van het dorp en de toenmalige molenaar Driek de Mulder besloot aan het einde van de 19de eeuw met zijn molen te gaan verhuizen. Hij bouwde hem weer op, op wat nu de hoek Mulderstraat - Willibrordusstraat is. De molen stond daar toen nog prachtig vrij tussen de weilanden en korenvelden en had voldoende windvang.


                                                                                                                                                                                     + Foto 1920
Bert van Erp, molenaar van 1914 tot 1921.
Bert heeft ook nog op de molen van van Stekelenburg gedraaid in Mierlo-Hout. Hij begon als molenaarsknecht bij Driek de Mulder.
Hij was de laatste molenaar die het huidige café Boetje als molenaarswoning bewoonde.
Antonius Verheijen, molenaar van 1921 tot 1923.
Wim Daniëls, molenaar van 1923 tot 1951. 
Hij bracht in 1934 het toen zeer moderne Dekker wieksysteem aan om met dezelfde windkracht meer rendement te behalen waardoor hij prima kon malen. Ook bouwde Daniëls de galerij dicht waardoor de molen een zeer opvallende brede vorm kreeg. In Nederland zien we dat niet maar in België tref je ook standerdmolens aan met (soms) merkwaardige uitbouwsels, kombuizen genaamd.

Stoere werkers(deel 1)

Stoere werkers(deel 2)

Na de oorlog bepaalde weer de vooruitgang, het lot van de molen.
De laatste beroepsmolenaar René Schuffelers (1951 - 1975)  heeft nog tot de jaren vijftig ambachtelijk op windkracht gemalen maar stapte in 1953 over op een dieselmotor om te malen en later op een elektromotor.

In 1975 kocht de gemeente Geffen de - inmiddels in zeer slechte staat verkerende  - molen voor het symbolische bedrag van één gulden.

De Zeldenrust stond stil en raakte langzaam maar zeker in verval.

De molen aan de Willibrordusstraat tot 1975, het verval en de afbraak